
Sinds de jaren zestig is Zeveren, een dorpje van een kleine 1000 inwoners, vertegenwoordigd in het Katholiek Vlaams Voetbalverbond, vergelijkbaar met het huidige cafévoetbal. In de beginjaren werd er letterlijk onder de kerktoren gespeeld, op een veldje dat Astère Verwilst ter beschikking had gesteld. In 1973 opteerde Zeveren voor een inschrijving bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond, en meteen was Zeveren Sportief (7777) geboren.
Het veldje aan de kerk werd door de bond afgekeurd en meteen volgde een verhuis naar de huidige velden in de Izegemstraat. Als nieuwbakken club hadden de paars-witten een voorzitter nodig, er werd gekozen voor de plaatselijke brandstoffenhandelaar Jozef De Witte. In de jaren nadien volgden nog Georges Lava, twee maal Denis Dhont en Eugène Lombaert. Op dit moment heeft Zeveren Sportief, na enkele strubbelingen, geen voorzitter maar Walter De Groote houdt alles draaiende. Een eervolle vermelding moet ook gemaakt worden voor Walter Catoir, de secretaris die in de jaren zeventig zorgde voor de overstap van het cafévoetbal naar het betaalde voetbal.
In de jaren zeventig en tachtig was Zeveren een vaste waarde in vierde provinciale, twee keer werd promotie naar derde provinciale afgedwongen maar door interne strubbelingen en financiële problemen viel Zeveren Sportief evenveel keer terug naar vierde provinciale.
In de jaren negentig ging het paars-wit opnieuw voor de wind, nieuwe sponsors boden zich aan en een aantal talentvolle jeugdspelers werden verkocht. Zeveren Sportief staat bekend als “een kweekvijver van talent” en daarvan zijn (ex-)profspelers als Bert Dhondt (SV Oudenaarde) en Tony Sergeant (Cercle Brugge) het bewijs van.
In 1999 werd de titel gepakt en promoveerde Zeveren Sportief naar derde provinciale, waar het zich nu al enkele jaren probleemloos handhaaft.